Vlaardingen - Stichting Historische Zitmuren

Zoeken
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Vlaardingen

Informatie

Vlaardingen is een stad en gemeente aan de Nieuwe Maas in het Rijnmondgebied, in de Nederlandse provincie Zuid-Holland. De gemeente maakt deel uit van het Samenwerkingsverband Stadsregio Rotterdam en de Metropoolregio Rotterdam-Den Haag. De gemeente telt 71.719 inwoners (31 maart 2015, bron: CBS) en heeft een oppervlakte van 26,71 km². Binnen de gemeentegrenzen liggen enkele oude kernen, zoals het oude dorp Vlaardingerambacht (nu de wijk Ambacht of Vlaardingerambacht) en de heerlijkheid Holy (nu de kern van de wijk Vlaardingen-Holy). Door de gemeente Vlaardingen loopt ook een vaart, genaamd de Vlaardingervaart. Vlaardingen is vooral bekend als dé haringstad van Nederland. De visserij (op haring, ansjovis en kabeljauw) is echter verleden tijd.
Wel is het visserijverleden met name rond de Oude Haven en de Koningin Wilhelminahaven nog goed herkenbaar. Een monument op het Grote Visserijplein van Govert van Brandwijk herinnert aan de vele vissers die op zee het leven lieten.

Prehistorie

Het gebied dat tegenwoordig Vlaardingen heet behoort tot de oudst bekende bewoonde gebieden in Holland. Uit opgravingen blijkt dat er al ten tijde van de
late steentijd mensen in Vlaardingen woonden. Men spreekt in de archeologie van de Vlaardingencultuur en de periode waaruit de gevonden nederzetting dateert
noemt men de Vlaardingen-tijd (3500 tot 2500 v.C.) In 1990 werd aan de rand van Vlaardingen een ruim 3300 jaar oud skelet gevonden. Zeventien jaar later
werd bekend, dat hierin het oudste menselijke celkern-DNA zat, dat tot op heden in Nederland is vastgesteld. Het skelet wordt de Krabbeplasman genoemd,
naar de plek waar hij gevonden is. Ook na deze periode bleef Vlaardingen met onderbrekingen bewoond. Er zijn resten van boerderijen uit de ijzertijd opgegraven,
waaruit blijkt dat het gebied voor Nederland dichtbevolkt was, gerekend naar maatstaven uit die tijd. Er zijn resten van de oudste dammen van West-Europa
aangetroffen, die rond 175 v.Chr. zijn aangelegd door boeren om hun land te beschermen tegen het binnendringende water uit de kreken.
Er is ook een klepduiker in de vorm van een uitgeholde boomstam, met aan een uiteinde een klep gevonden, die rond het begin van de jaartelling moet
zijn ingegraven. Daarmee is het het oudste sluisje van West-Europa.

Romeinen

In de Romeinse tijd mag men een nederzetting genaamd Flenio of Flenium in of in de buurt van Vlaardingen vermoeden. Flenium staat op de
Peutinger kaart (Tabula Peutingeriana) vermeld als gelegen tussen Tablis (Oud-Alblas?) en Forum Hadriani (Voorburg) aan de zuidelijke heerweg
(dus niet de limes) Noviomagus (Nijmegen) - Lugdunum Batavorum (Katwijk-Brittenburg). Resten van Flenio zijn echter vooralsnog niet getraceerd.
Het is echter heel goed mogelijk dat Flenio en de daarop aansluitende Romeinse wegen zijn weggespoeld.

Kerstening

Vanaf de tweede helft van de derde eeuw tot in de zevende eeuw is Vlaardingen, zoals zo veel gebieden in West-Nederland, waarschijnlijk onbewoond geweest.
Rond het jaar 700 zou hier echter een kerkje zijn gesticht en was er mogelijk een nederzetting. Misschien bestond de nederzetting uit twee terpen: één met
een handelsnederzetting en één met een religieuze bestemming, zo'n situatie is van elders bekend. De kern van de handelsnederzetting moet op de
huidige Hoogstraat worden gezocht, in de buurt van de Blokmakersplaats. De kerk stond waarschijnlijk iets zuidelijker, op de plaats van de huidige Grote Kerk.
Als stichter van de kerk wordt een geestelijke genaamd Heribald genoemd, die de kerk aan Willibrordus zou hebben geschonken. De kerk van Vlaardingen behoort
daarmee tot de oudste moederkerken van Holland. Willibrordus schonk de kerk op zijn beurt aan de Abdij van Echternach. De terp waarop de kerk staat vormt
tegenwoordig een geheel met de terp waarop de handelsnederzetting was gebouwd. Daardoor behoort de terp van Vlaardingen, die zich uitstrekt van de Markt
tot voorbij de Blokmakersplaats, tot de grootste uit Magna Frisia.

Visserij

Belangrijk voor de stad is zeker vanaf de achttiende eeuw de haringvisserij. Schiedam en Rotterdam waren tot die tijd ook belangrijke vissersplaatsen.
Schiedam gaat zich echter meer toeleggen op de jeneverindustrie, Rotterdam meer op de handel. Dat leidt ertoe dat Vlaardingen zich meer op de zeevisserij
kan gaan toeleggen en als vissersplaats kan opbloeien. De stad overvleugelde daarbij alras ook Maassluis. Er ontstond langzaam maar zeker wel een monocultuur,
waarbij vrijwel iedereen in de stad economisch afhankelijk was van de visserij. Dat wreekte zich uiteraard in oorlogstijd, als de vloot niet uit kon varen.
Ook gedurende de tijd dat het Continentale Stelsel werd gehandhaafd (tijdens de inlijving in het Franse Keizerrijk) was het in Vlaardingen armoe troef.
Na de totstandkoming van het soeverein vorstendom der Nederlanden, in 1813, kon Vlaardingen zich echter ontwikkelen tot de belangrijkste Nederlandse haven
voor de haringvisserij. Wel was de verzanding van de Maasmond een probleem. De aanleg van het Kanaal door Voorne en later de Nieuwe Waterweg waren daarom
voor Vlaardingen van grote betekenis. Hetzelfde geldt voor de aansluiting op het spoor in 1881. De export van haring naar Duitsland kon daardoor enorm toenemen.

Afbeeldingen op de derde zitmuur

Bron:Wikipedia
 
(c) copyright Sttichting Historische Zitmuren 2014-2016
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu